Ik heb het thuis fijn. Een gezellig huis dat dit jaar 100 wordt, het-lief-van-mijn-leven,  een goedgevulde ijskast en wat wijn in de kelder. Een paar stukken antiek, een beetje design en vier kunstwerkjes. Maar ons geluk is pas echt af met poezen in huis. Sinds we hier kwamen wonen, nu twaalf jaar geleden, waren er altijd poezen. Casper verhuisde mee. Dan waren er Igor & Boris; Jelstie nam de plaats van Igor in en sinds een kleine twee weken is er enkel nog Jelstie. Op amper vijf jaar tijd hebben we drie poezen moeten afgeven. Casper was een “straatkat” die op een gezegende leeftijd het rusthuis-genaamd-ons-huis verliet en kon terugblikken op een rijk gevuld leven. Maar Igor en Boris waren raskatten, Britse kortharigen, die…