Auto’s zijn per definitie mannelijk. Het gaat om snelheid, kracht, prestatie, concurrentie en status. Want, geef toe, slechte auto’s worden vandaag gewoonweg niet meer gemaakt. Toch draait de meeste communicatie over wagens (en dus de aankoop ervan) precies over deze maatstaven. Ze rijden sneller, zijn krachtiger, presteren beter of hangen een nog groter aureool rond je kop. Als ze dan toch al over mensen gaan, dan gaat het om stereotype casting. De gezinswagen (it fits for all families), de stadswagen (easy parking for her) of de camionette (for green guys, preferably colourblind). Ik zat vanmorgenvroeg in zo’n mannelijke garage een kop koffie te sippen, in afwachting van een klein onderhoud. Zo’n moment is goed om te kranten te lezen, maar mijn oog viel op…