Eén van de mooiste periodes in mijn loopbaan was de tijd toen ik als redacteur aan het werk was. Je komt met God en klein Pierke in contact. Zo herinner ik me nog dat glaasje port toen ik voor een voorbereidend gesprek bij de voormalige hofmaarschalk van Koning Boudewijn was. Of de babbel in een suite van het Brusselse SAS Royal hotel met Harry Torczyner, een uitgeweken Belgische Jood en kranige tachtiger,  die zich in de VS rijk boerde én een bekend Magritte-kenner en verzamelaar was. Grappig, ik was er samen met Jan Van Rompaey en hij verwarde mij-de-redacteur met Jan-de-presentator. In die tijd moet ik ook Manu Adriaens hebben leren kennen. De man schreef intussen meer dan 30 boeken. Bij Hadewijch had hij…