Een mens heeft in deze COVID19-tijden vertier nodig. Meer dan ooit. En Paul Haenen bezorgt het me, in veelvoud. Mijn man had me alert gemaakt op zijn dagboeken “Ik heb bekend. Dagboeken 1958 – 1965”, rijkelijk geïllustreerd met facsimile uit de originele schriftjes. En zoals dat bij ons gaat : hij verwijst me naar een boek, ik geef het hem cadeau en we lezen het samen. Een perfect huwelijk, zo je wil. Haenen was twaalf toen hij aan dit deel van zijn dagboek begon. Het is meer dan duidelijk dat hier de zaadjes voor zijn later succes werden gelegd. Grote fragmenten in zijn dagboek zijn in dialoogvorm en ze lezen bijna één op één als de scenario’s die hij later zou schrijven. En terwijl…