Een mens heeft in deze COVID19-tijden vertier nodig. Meer dan ooit. En Paul Haenen bezorgt het me, in veelvoud. Mijn man had me alert gemaakt op zijn dagboeken “Ik heb bekend. Dagboeken 1958 – 1965”, rijkelijk geïllustreerd met facsimile uit de originele schriftjes. En zoals dat bij ons gaat : hij verwijst me naar een boek, ik geef het hem cadeau en we lezen het samen. Een perfect huwelijk, zo je wil.

Haenen was twaalf toen hij aan dit deel van zijn dagboek begon. Het is meer dan duidelijk dat hier de zaadjes voor zijn later succes werden gelegd. Grote fragmenten in zijn dagboek zijn in dialoogvorm en ze lezen bijna één op één als de scenario’s die hij later zou schrijven. En terwijl je hem leest kan je niet anders dan zijn stem horen, die legendarisch werd als Bert in de Nederlandse versie van Sesamstraat.

11 april 1963

ALLEEN

Op school ben ik druk, ik sta in het middelpunt, maak grappen, kan met iedereen opschieten en toch …. voel ik me eenzaam, helemaal verlaten, alleen.

Hoe komt dat toch ? Hoe komt het dat ik geen echte vrienden heb ? Ja goed, ik heb Rudy waar ik mee naar school rijd, maar daar blijft het dan ook bij. Ik kan wel vrienden krijgen, tuurlijk, maar niet die ik aardig vind. Ik zal m’n best doen om voor de grote vakantie een echte vriend te krijgen, waarmee ik kan gaan kamperen of zo.

Zelfkennis vind ik persoonlijk één van de grootste troeven die iemand kan hebben. En tot zelfkennis kom je alleen via zelfreflectie. Ik moet dat in een volgende blogpost nog eens uitschrijven, maar het punt dat ik wil maken is dat Paul Haenen als kind & jongeman al heel veel zelfkennis had. Het druipt doorheen de dagboeken. Hij voelde zich ontzettend eenzaam en kon zich in zich in z’n schrijfsels en z’n zolderkamertje pas echt uiten. Allicht zat z’n ontluikende homoseksualiteit daar ook voor iets tussen.

Haenen had geen échte vrienden behalve dan zijn Dagboek dat hij als een personage aanspreekt.

1 januari 1964

DAGBOEK DAT WAS’T

Het is op dit ogenblik half twee ’s nachts in 1964. Vijf jaar en bijna een maand hebben we er nu op zitten. Vijf jaar hebben we dan weer met spanning, dan weer met vreugde, dan weer met droefenis de toekomst tegemoet gezien.

Samen hebben we de klim gemaakt die vooral het laatste jaar zo enorm snel ging. Samen hebben we de teleurstelling verwerkt en het succes geproefd.

Paul Haenen, “Ik heb bekend. Dagboeken 1958 – 1965”, Uitgeverij Podium, 2020.