Ik ken Herwig Van Hove. Van televisie. Nog voor ik iets te betekenen had bij Eén, maakte Herwig samen met Felice (wijlen Dre Steemans) “1000 seconden”. Het staat in mijn geheugen gegrift en het was een soort “Dagelijkse Kost ” avant la lettre. Maar ik heb hem ook een aantal keren in het echte, niet groot scherm-leven, mogen ontmoeten. De laatste keer was dat bij een rijkgevulde tafel bij Mie en Jean-Luc. Mie stond in voor het eten, Jean-Luc voor het leeghalen van zijn wijnkelder.

Nu ik niet langer in Vlaanderen woon, heb ik moeite met het uit mekaar halen van al die BV’s du jour, maar ik ken net zo goed begrijpen dat de namen Herwig en Dre bij velen niet langer een belletje doen rinkelen. Maar geloof me vrij, ze hebben televisie-geschiedenis geschreven.

Herwig heeft karakter. Daardoor bots het vaker dan nodig, maar ik hou van mensen met stamina. Ik vorm geen goed team met mensen die me naar de mond praten.

Van Hove heeft een nieuw boek uit, “Het Laatste Woord, een autobiografisch kookboek”. Zijn memoires tussen de gerechten geven een goed inzicht in het wie en het waarom van Herwig Van Hove, maar de stijl smaakt me niet altijd en is soms ronduit oubollig. Ik vel hier geen oordeel: geboren in 1939 is hij van een andere generatie met een ander waardenpatroon. Sommige passages over nonnen en jonge knapen en wat er tussen de lakens gebeurt vind ik gewoon te beschamend om hier te citeren.

Het is een feit dat we de echte band met voedsel verloren hebben. Dat heb ik geleerd van Michael Pollan, wiens boek “Food rules” mijn all time voedselbijbel blijft. Van Hove zegt hetzelfde, maar op zijn manier. Hij is een chemicus en dat maakt dat hij voedsel op een rationele manier bekijkt. Rationeel, maar tegelijk vanuit zijn Van Hove buik.

Van Hove is old school, en een tikkeltje narcistisch, maar zo is grootmoeders keuken. En die keuken blijft vooralsnog de beste en de meest gezonde.